De Italiaan

ItaliaanDe derde belangrijke persoon in mijn leven was een Italiaan. Het was min of meer bij toeval, maar zo’n 25 jaar geleden kwam ik terecht in een Europese werkgroep die normen opstelde voor waterglijbanen. De vergaderingen vonden enkele malen per jaar plaats in Keulen, Duitsland en duurden altijd 2 dagen.

De deelnemers bestonden in die beginperiode uit veel Duitsers, enkele Fransen, een Deen, een Brit, drie Nederlanders en een Italiaan. En hoewel de officiële voertaal Engels was, waren er verschillende Duitsers en Fransen die alleen hun eigen taal spraken. En dat betekende dat onderling veel vertaald moest worden. De Duitse voorzitter sprak gelukkig wel goed Engels en de Italiaan zowel Engels als Frans (en later ook Duits).

Het was daardoor een langzaam en vermoeiend proces waarbij de verschillen tussen de landen duidelijk merkbaar werden. De Duitsers hielden in die tijd nog star vast aan strikte, vaste regels waar je vooral niet van mocht afwijken. De Fransen hadden juist de voorkeur voor zo weinig mogelijk regels, behalve als ze deze zelf hadden ingebracht. En de Engelsen waren juist weer heel praktisch georiënteerd. Als we gewoon het doel omschrijven en dat veilig kan worden bewerkstelligd, dan maakt het vervolgens weinig uit op welke wijze bereikt wordt. Een benadering waarmee gelijk ook veel vrijheid werd gecreëerd om (nieuwe types) waterglijbanen te ontwerpen. Als Nederlanders zaten we vooral op deze Engelse lijn.

Lionella, de Italiaan, fungeerde in die tijd als secretaris van de werkgroep. En later zelfs gelijktijdig als voorzitter en secretaris. Er was weliswaar ook nog wel een officiële secretaris, maar Lionello was hevig geïnteresseerd in de moderne media. Hij had niet alleen de eerste laptop die ik ooit zag, maar had deze bovendien gekoppeld aan een beamer. Waardoor elke verandering in de teksten onmiddellijk voor iedereen zichtbaar werd. En dat maakte de discussies in elk geval iets eenvoudiger. Nu, ruim 25 jaar later, werkt vrijwel iedereen zo, maar toen was dat nog een noviteit.

Wat Lionello echter zo bijzonder maakte was dat hij voortdurend op zoek was naar consensus. Het zoeken naar een tekst waar iedereen zich in kon vinden. Waarvan de ene helft mopperde dat het eigenlijk niet ver genoeg ging en de andere helft dat het eigenlijk te ver ging, maar toch werd geaccepteerd. In dat soort tekstvoorstellen was hij weergaloos. Terwijl iedereen nog verhit zat te discussiëren, typte hij ondertussen een voorstel met een eigen invalshoek, en klonk op een zeker moment zijn beroemde opmerking “please, look het the screen, what do you think of this”. Waarna iedereen zijn stellingen verliet en met het nieuwe tekstvoorstel aan de slag ging.

Het voortdurend zoeken naar een compromis. Hij bereikte het zelfs met eigenzinnige deskundigen uit verschillende landen. Het is daarmee tevens een kunst die ik al die jaren nooit voldoende onder de knie heb gekregen, ondanks dat ik dus jarenlang van een meesteronderhandelaar les heb gekregen. Maar soms lukte het wel, en dan merkte je dat je daarmee uiteindelijk toch veel tijd en acceptatie had gewonnen. Allemaal dankzij deze geweldige Italiaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

18 + thirteen =