Sister Mary Joseph

Mary JosephDe uitpuilende navel die ik had en duidde op de aanwezigheid van kanker is ondertussen volkomen verdwenen. Een ander teken dat de medicijnen toch wel iets doen, want daarna werd deze uitstulping snel kleiner. Net zoals de tumoren. Het was tot voor kort onduidelijk of dat ook zou betekenen dat de uitstulping weer zou terugkomen, als een soort alarmsignaal, als de tumoren zouden gaan groeien.  Ondertussen is die vraag echter beantwoord, dat is niet het geval. Mijn navel is onveranderd gebleven.

Dus om mijn gedachten te verzetten zoek ik dit wat verder uit en lees ik onder meer dat de Sister Mary Joseph’s knobbel wel al van oudsher beschouwd wordt als een teken van een geavanceerd en belangrijk kwaadaardig gezwel met een slechte prognose. De gemiddelde overlevingstijd was in 2006 naar verluidt 11 maanden waarbij minder dan 15% van de patiënten de 2 jaar overleefden. Ondertussen blijkt dan wel dat patiënten als gevolg van een betere behandeling en medicijnen langer kunnen overleven, maar dat maakt het des te merkwaardiger dat de artsen in het streekziekenhuis dit belangrijke symptoom nooit hebben opgemerkt.

Wat hierbij misschien toch ook wel interessant is, is het verhaal van deze Sister Mary Joseph. Zij werd in 1856 geboren in Salamanca, New York als Julia Demspey, dochter van Ierse immigranten die vervolgens verhuisden naar Minnesota. Julia bracht haar jeugd door in Olmstead County en toen ze 22 jaar oud was, trad ze toe tot de orde Lieve-Vrouw van Lourdes van Rochester en nam ze de naam van zuster Mary Joseph aan. Twee jaar later werd ze al directeur van de congregatie missionaris school in Ashland, Kentucky. Ze was toen pas 24 jaar oud.

Op 1 oktober 1889 werd het Saint Mary’s Hospital geopend. De bouwkosten van dit ziekenhuis met een capaciteit van 40 bedden bedroegen maar liefst $ 2.000,00. Het personeel bestond op dat moment uit 5 verpleegkundigen en men begon met 13 patiënten. De eerste operatie was een verwijdering van kanker van een oog door dr. Charles Mayo (vader, chirurg), dr. William J. Mayo (zoon, assistent), dr. William W. Mayo (zoon, anesthetica).
Een maand later, na 6 weken training, werd Sister Mary Joseph als hoofdverpleegkundige toegewezen aan dit Saint Mary’s Hospital. Een jaar later was ze al eerste chirurgische assistent van dr. William J. Mayo en nog eens een jaar nadien hoofdverantwoordelijke voor het ziekenhuis. In de daaropvolgende jaren leid Sister Mary Joseph de bouw van extra gebouwen en de uitbreiding van het ziekenhuis tot een volledig ingericht modern ziekenhuis van 600 bedden. In 1939 sterft ze aan de gevolgen van longontsteking.

Als chirurgische assistent was het de verantwoordelijkheid van Sister Mary Joseph om de buiken van patiënten die een operatie ondergaan voor te bereiden. En tijdens het uitvoeren van die werkzaamheden ontdekte zij een klinisch symptoom dat later haar naam zou gaan dragen. Zij merkte namelijk als eerste op dat de aanwezigheid van een knobbel op de navelstreng meestal duidde op een gevorderde vorm van kanker in de buik. De term Sister Mary Joseph’s knobbel werd overigens pas voor het eerst officieel gebruikt in 1949 (10 jaar na haar dood).
Opmerkelijk is daarbij dat de artsen de eer voor het ontdekken van dit symptoom niet zelf hebben opgeëist, maar de aandoening juist naar haar hebben vernoemd. Zeker in die tijd een teken van bijzondere waardering en respect. Het was dus een belangrijke ontdekking, maar blijkbaar een die nog onvoldoende bekend is in de medische wereld. Maar misschien dat ik daar nu mijn steentje aan bijdraag.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

six + nine =